Een doofblinde aanspreken: 10 tips

 

Samen met Bert Van De Sompele ontwikkelde Silvia Kerckhof een poster met omgangstips voor doofblinden. Deze poster kan je delen met iedereen die in contact komt met doofblinden of om doofblindheid meer bekend te maken.

Bekijk hieronder de Nederlandstalige poster. In het najaar komt er ook een Engelse en een Franse vertaling van de poster en kan je de affiche bestellen. Klik op de afbeelding voor een grotere weergave.

Beschrijving van de poster

Titel: Doofblinde persoon aanspreken – 10 tips
Tekening naast titel: links een vrouw met een rood-witte stok en blindgeleidehond, rechts een man met rood-witte stok en  hij draagt een cochleaire Implant (CI) en een zonnebril.
Midden onder de titel: een logo van oor en oog met een streep. Kleuren: rode achtergrond en witte tekeningen.

Daaronder 10 korte zinnen met bijbehorende tekeningen.

  1. Maak zacht fysiek contact op de arm of schouder.
    Tekening: een man met daarachter een hand die zijn schouder aanraakt.
  2. Zeg wie je bent of schrijf je naam in de handpalm.
    Tekening: iemand schrijft de letter ‘S’ in de open handpalm van een doofblinde persoon. Linksboven de letter ‘s’ in een tekstballon.
  3. Spreek duidelijk, gebruik gebarentaal of een hulpmiddel.
    Tekening: een smartphone met grote letters op het scherm.
  4. Wees geduldig en neem de tijd.
    Tekening: een zandloper.
  5. Vraag of je kunt helpen en hoe.
    Tekening: een vraagteken ( “?” ) tekenen op de bovenarm van doofblinde.
  6. Laat de doofblinde zelf beslissen of je hulp nodig is.
    Tekening: een duim omhoog en een duim omlaag met  een vraagteken in de tekstballon rechts.
  7. Aanvaardt de doofblinde je hulp, leg dan uit wat je gaat doen.
    Tekening: een duim omhoog van de begeleider met “goed” in tekstballon, met dehand van doofblinde achter de hand van de begeleider.
  8. Blijf van de taststok en persoonlijke voorwerpen af.
    Tekening: een doofblinde man die met zijn rood-witte stok tegen een vuilbak loopt.
  9. Als je de hond wil benaderen, vraag dan eerst of dit mag.
    Tekening: een vrouw die een koekje aan de hond geeft.
  10. Verwittig als je weggaat.
    Tekening: een zwaaiende hand op de bovenarm van doofblinde, met “daaag” in de tekstballon.