Peter Vanhoutte ijvert voor doofblinden

Waregemnaar Peter Vanhoutte werd blind geboren en werd naarmate hij ouder werd ook doof. Met beide zware beperkingen gaathij sindsdien door het leven, daarbij geholpen door zijn kinesist die heel regelmatig op bezoek komt en begeleidster Nancy. Peter doet nu ook een oproep naar autobestuurders die hem willen brengen waar nodig.

Peter (links) en Nancy (rechts)
Peter Vanhoutte en begeleidster Nancy bij een aangepaste computer en een hand met het Lorm-alfabet. (Foto DJW)

Zelf is Peter Vanhoutte lid van Somival, de Waregemse vereniging voor sport en recreatie voor personen met een beperking. Daarnaast is hij ook lid van vzw Anna Timmerman uit Brugge die de belangen verdedigt van personen met een audio-visuele handicap en van de Helen Keller Club die ervoor zorgt dat kinderen en volwassenen met het syndroom van Usher (doofblindheid) aan sport en recreatie kunnen doen.
In zijn woning kan hij zich, als zijn begeleidster er niet is, behelpen. Daartoe werd alles speciaal ingericht.

Voetpaden

“Ik vraag eigenlijk aandacht voor kinderen en volwassenen die met deze beperkingen moeten leven”, legt Peter uit. “Dat is niet makkelijk, zeker als je bijvoorbeeld zelf door de straten stapt met je blindenstok en vaststelt dat de voetpaden, zoals op  verschillende plaatsen in Waregem, echt niet breed genoeg zijn en je noodgedwongen op de straat moet gaan. Dat is onder andere het geval als ik mij naar het station moet begeven. Voor mij is dat opletten, dus.”

Peter is er in elk geval graag bij als Somival elke zaterdagvoormiddag het zwemuurtje in de Treffer organiseert. Hij krijgt er hulp van vele vrijwilligers zodat hij zonder problemen in en uit het water kan. Hij houdt ook van ontmoetingen met andere mensen, van diverse activiteiten, festiviteiten en al wat zijn leven aangenamer maakt. Maar het gebeurt dat hij zich ook ontzettend alleen voelt.

“Ik ben graag onder de mensen, feest en vier met ze mee. Zit graag aan tafel. Maar ja, het gebeurt dat er niemand om je heen te vinden is, dat je een beetje alleen bent, ook in groep. En dan voel ik mij eenzaam. Zoiets overkomt mij wel, ja. Daarnaast zorgen zowel de vzw Anna Timmerman als de Helen Keller Club wel voor ons.”

Communiceren doet Peter via een speciaal daarvoor aangepaste computer en via het Lorm-alfabet dat nodig is voor tactiele communcatie (alle communicatie waarbij aanraking een rol speelt red.) en gebruikt wordt door doofblinden.
Het gaat eigenlijk letterlijk over praten met de vingers waarbij de woorden letter voor letter in de handpalm van de doofblinde worden gespeld door onder andere de assistente, de begeleidster, de mantelzorger. Door op de juiste plaatsen in de handpalm te tikken, voelt de doofblinde wat de persoon tegenover hem vraagt of zegt. Dat is mogelijk doordat elke aangetikte zone of plek in de handpalm staat voor een bepaalde letter van het alfabet. Lezen doet Peter dankzij braille.

“Ik kan mijzelf behelpen, eten bereiden, mij aankleden, dagdagelijkse dingen eigenlijk”, legt Peter uit. “De kinesist komt geregeld over de vloer. En met begeleidster Nancy doe ik de boodschappen. Zij zorgt er ook voor dat ik de trein kan nemen. Daarvoor belt ze eerst naar de NMBS om te laten weten dat ik die dag, op dat moment de trein zal nemen. De maatschappij zorgt er dan op haar beurt voor dat alles daarvoor geregeld wordt, onder andere om het perron te bereiken en in de trein te stappen. Het perron is voor personen met een beperking nu wel verlaagd, maar het kan nog beter. Misschien in de toekomst? Over de voetpaden heb ik al een en ander gezegd.”

Vrijwilligers

“Nu heb ik nog iets anders:  autobestuurders die willen voeren. Daarvoor doe ik een beroep op de Mindermobielen Centrale. Die beschikt wel over vrijwilligers die het willen doen. Maar er is nood aan meer helpers, aan meer autobestuurders.
Daarom eigenlijk ook een oproep naar wie zijn naam wil opgeven om te rijden. Je helpt er medemensen mee die het zelf niet kunnen omdat ze er niet toe in staat zijn. Vooral in het weekend is er nood aan meer van die vrijwilligers.”

Knack Weekend  14 december 2018

 

Doofblindheid: het verhaal van Bert en Regina

Beeld je in dat de wereld rondom jou stil is en duister. Niet voor even, maar altijd. Hoe kan je daarin leven, bewegen, mensen ontmoeten? Het lukt Bert Van de Sompele wonderwel. Hij is doofblind, woont zelfstandig, heeft veel vrienden, reist de wereld rond, volgt Spaanse les en is actief vrijwilliger. Dankzij veel wilskracht, een
positieve kijk op het leven en dankzij zijn moeder, Regina Uyttersprot uit Mollem.

Bert en Regina zitten naast elkaar. Regina maakt een gebaar, Bert voelt aan haar hand.
Opvallend hoe Bert en Regina uitstekend communiceren via handengebarentaal. (foto: MDM)

Een vingervlug gesprek

Met enige schroom stapten we bij Bert en  Regina binnen. Hoe spreek je met iemand die doof én zwaar slechtziend is? Het bleek geen probleem. Bert heeft een CI waarmee hij signalen opvangt maar geen spraak verstaat. Praten werd hem aangeleerd, maar zijn taal is toch vooral de gebarentaal.

Regina: “Toen Bert 10 was, werd duidelijk dat hij gebaren nodig had om te communiceren. Ik volgde ‘gebarenles’ en studeerde later voor Vlaamse gebarentaaltolk. Na een doofblindenkamp groeiden we samen in onze ‘4-handen-gebarentaal voor doofblinden.’ Beiden hielden tijdens het gesprek de handen losjes vast. Zo voelden ze wat de ander gebaarde.

En omdat communicatie meer is dan wat uitgesproken wordt, vulden ze de gebaren aan met ‘Haptic’, aanrakingen op het lichaam. Elke lach, frons of schouderophalen werd zo meegegeven. Het gesprek verliep
‘vingervlug’. Bert en zijn mama zijn gedreven en hebben veel te vertellen. Niet alleen hun eigen verhaal, maar ook hun dromen en zorgen voor alle doofblinden en hun omgeving.

Ik wilde altijd al iets doen voor anderen

“Bij mijn geboorte was ik doof en slechtziend,“ vertelt Bert. “Dat komt door het syndroom van Usher, een  erfelijke aandoening die doofblindheid veroorzaakt.”

“Het duurde enkele jaren vooraleer we wisten dat hij zo slecht zag en dat ‘Usher’ daarvan de oorzaak was,” zegt Regina. “Tot zijn tiende jaar volgde Bert oraal onderwijs in de dovenschool in Woluwe. Zijn middelbare studies deed hij in Spermalie, een doofblindenschool in Brugge, waar hij les kreeg met ondersteunende gebaren. Aansluitend ging hij naar de dovenschool Kasterlinden.”

Bert: “ Daarna startte ik in de richting ‘jeugd- en gehandicaptenzorg’ in het CVO met tolk. Ik wilde altijd al iets doen voor anderen. Maar die opleiding kon ik niet afmaken omwille van ernstige oogproblemen. Het was een zware periode. In die tijd kreeg ik een massage van een kennis. Dat is iets
wat ik kan doen, dacht ik.” Bert leerde massagetechnieken, volgde een opleiding voor gezondheidstherapeut en
sportverzorger. Hij kon aan de slag als stagiair bij een kinesist, maar ondanks al die studies vond hij geen vast werk.

Eén en één is geen twee

“Doofblindheid is een unieke aandoening,” zegt Regina. “Het is geen optelsom van doof
en blind. Hier is één en één geen twee. Er is aangepaste ondersteuning nodig. Hulpmiddelen voor een blinde – bijvoorbeeld een kookplaat of weegschaal met klank – helpen niet als je ook doof bent, en een apparaat met lichtsignaal is niet geschikt voor wie niet ziet. Bert heeft nu een aangepaste kookplaat met draaiknoppen
waarbij hij kan voelen waar de pot exact moet staan.

Onbeperkt recht op tolkuren zoals in Zweden en Finland is ook een absolute noodzaak. Nu heeft een dove persoon recht op 36 uren, een doofblinde op 180 uren ‘per jaar’. Veel te weinig als je bedenkt dat er voor zowat alles een tolk nodig is.’

Mensen zien wat ik niet kan, nooit wat ik wél kan

Bert: “Ik focus me nu op Anna Timmerman, een vereniging die de belangen van doofblinden behartigt. Te weinig mensen kennen onze beperking. Ze zien wat we niet kunnen, maar niet wat we wél kunnen. We zijn evenwaardig! Nog altijd merk ik dat doofblinde kinderen niet begrepen worden. Sommige ouders ontkennen dat hun kind de aandoening heeft. Wie niet op de goede manier begeleid wordt, is in zichzelf opgesloten zonder contact met anderen.

Jongeren met ‘Usher’ weten niet altijd dat hun aandoening nog zal verslechteren. Velen
zitten thuis opgesloten, durven niet op straat komen. Slechthorenden kunnen doof worden, slechtzienden blind.
Ze zijn niet voorbereid en raken in de put. Informatie is zó belangrijk. Daarom geef ik presentaties in tolkscholen en universiteiten, doe workshops over ‘Haptic’ en communicatie, neem deel aan doofblindenconferenties in Amerika, Finland, Spanje. Door mijn beperking heb ik een netwerk van vrienden in de ganse wereld. Dat was vroeger anders. Toen was ik veel alleen en vaak eenzaam. Door die internationale contacten is er een wereld
voor me open gegaan.”

Maak tijd en heb geduld

Reizen, zelfstandig wonen, vrijwilligerswerk… niet eenvoudig als doofblinde. Regina: “Ik heb Bert opgevoed tot zelfstandigheid. Toen hij jong was, haalde ik hem in Brugge op met de wagen. Later reed ik met de trein naar
Brugge en sprak met hem af in de school. Vervolgens wachtte ik aan de schoolpoort, daarna op de hoek van de straat, aan de overkant… tot hij zelf de trein naar huis kon nemen.”

Bert: “Alles wat ik kan, heb ik aan mijn moeder te danken. Zij heeft me geleerd me te behelpen. Mijn computer en gsm zijn zo aangepast dat ik die kan aflezen en gebruiken. Ik lees vlot braille en bereid mijn reizen en uitstappen altijd goed voor.

Op mijn gsm staat ‘Ik ben ook doof ’. Mensen denken vaak dat ik enkel blind ben, vanwege mijn witte stok. Ze willen praten en vermoeden dat ik autistisch ben omdat ik niet antwoord. Als ik dat merk kan ik mijn gsm
tonen of mijn geel hesje met een door- gestreept oog en oor.

Een gouden raad: Maak tijd en heb geduld met mensen met een beperking: ze kunnen meer dan je denkt.”

Meer weten? : http://www.anna- timmerman.be  of mailen naar vandesompe- lebert@gmail.com en ruytter- sprot@gmail.com.

RVDL

Uit: Kerk & Leven. Pastorale zone De Bron – Merchtem. Jaargang 80, weekkrant 01, 2 januari 2019. Editie 4512.