Criteria voor toekenning tolkuren zijn versoepeld

Begin dit jaar werd een nieuw Besluit van de Vlaamde Regering over de tolkuren goedgekeurd. In dit besluit werden de criteria voor de toekenning van tolkuren aan doofblinden versoepeld.

Een doofblindentolk gebruikt vierhandengebaren voor een doofblinde man.

De criteria voor de toekenning van tolkuren aan doofblinden

Artikel 4 van Hoofdstuk 2 van dit Besluit zegt dat personen recht hebben om dienstverlening door een doventolk als ze een audiogram voorleggen waaruit blijkt dat aan één van de volgende criteria is voldaan:

  1. Via een tonaal audiometrische test een gemiddeld gehoorverlies aantonen van 70 dB of meer aan beide oren voor de zuivere toonstimuli van 500, 1000, 2000 en 4000 Hz, vastgesteld overeenkomstig de BIAP-normen (dit is een standaard waarmee gehoorverlies wordt bepaald);
  2. Via een vocaal audiometrische test, bij een gemiddeld verlies van minder dan 70 dB, maximaal 70% spraakverstaan aantonen bij optimale versterking.

Vroeger waren de voorwaarden bij het Vlaams agentschap voor personen met een handicap (VAPH) veel strenger, namelijk 90 DB verliess of meer voor de tonale test en 20% of minder van de woorden verstaan bij de vocale test. Deze versoepeling van de audiologische criteria is een hele verbetering want nu kunnen veel meer mensen tolkuren krijgen. Helaas zijn de criteria voor visus en gezichtsveld om in aanmerking te komen voor extra tolkuren niet gewijzigd. Deze criteria zijn:

  1. Een gezichtsscherpte van minder dan 1/20 (0,05) aan het beste oog en met de best mogelijke correctie met bril of contactlens;
  2. Een gezichtsveld dat gemiddeld niet groter is dan 10 aan beide ogen.

Zo vallen sommige doofblinden toch nog uit de boot en blijven zij tot maximum 36 tolkuren per jaar krijgen voor de leefsituatie.

Standpunt Anna Timmerman vzw

Vzw Anna Timmerman heeft haar standpunt inzake criteria voor toekenning bijgesteld en er werd beslist dat we afstappen van louter medische criteria en dat iedereen die beantwoordt aan de definitie van doofblindheid extra tolkuren zou moeten krijgen. Een multidisciplinair team dat gespecialiseerd is in doofblindheid bepaalt of iemand al dan niet beantwoordt aan de definitie. Er wordt daarbij uitgegaan van het functioneren van de persoon. Met dit standpunt volgen we de regelingen zoals die in de meeste Europese landen gelden. We hopen spoedig een afspraak met het kabinet van minister Vandeurzen en het VAPH te kunnen vastleggen om ons standpunt toe te lichten.

Anna Timmerman besliste ook om naar analogie met de terminologie die door EFSLI en EDbU en in de internationale vakliteratuur gehanteerd wordt, niet langer te spreken over tolkbegeleiders maar om de term “doofblindentolk” te gebruiken. Het is belangrijk om samen met de tolkopleidingen te werken aan een beroepsprofiel van de doofblindentolk, omdat ongeveer 25% van de L-uren door doofblinde mensen wordt gebruikt.